Onder studenten is het bijna normaal geworden: even een breinpilletje nemen om een nachtje door te leren. Pillen, kruiden en voedingssupplementen genoeg, maar zijn die hersenverbeteraars wel effectief en veilig?

Toen wetenschapsjournalist en neurobioloog Niki Korteweg (46) eens wilde testen of ze zich met een pilletje beter zou kunnen focussen op haar werk, vroeg ze wat rond in haar kennissenkring. Was er iemand die Ritalin of iets vergelijkbaars kreeg vanwege ADHD of ADD en een pilletje kon missen? Bij een vriendin in de reclamewereld had ze beet.

Haar collega gebruikte het en deed niet moeilijk. Binnen een paar dagen lag bij Niki een envelop met een halfvolle strip kleine pilletjes in de brievenbus. Ze pakte een glas water, klokte het pilletje naar binnen en ging aan het werk.

Het effect liet niet lang op zich wachten. Buiten, beschrijft Niki in haar boek Een beter brein, zijn brullende graafmachines de straat aan het opbreken. Het ene berichtje na het andere komt binnen. En boven haar bureau schreeuwen tientallen to-dolijstjes op kleurige post-its om aandacht. ‘Ze storen me niet’, schrijft Niki. ‘Ik moet eigenlijk naar de wc, maar ik ga nog even door. Met een droge mond, rode wangen en lichte hoofdpijn tik ik het begin van een stuk. Ik heb alles onder controle, sla spijkers met koppen, en dat voelt geweldig.’ De volgende dag bekijkt ze haar artikel. De tekst rammelt nog aan alle kanten en staat vol tikfouten. Heeft ze zichzelf overschat? Niki denkt erover om nog een pil te nemen. Maar dat doet ze toch maar niet. Want dat halve pilletje, dat voelde wel érg lekker. Misschien wel een beetje té lekker. Maar of haar werk er nou beter door wordt?

Wetenschappers en studenten

Niki is niet de enige die weleens een pilletje heeft gebruikt om de grijze massa in de hersenpan een boost te geven. Exacte cijfers over het gebruik van zogeheten breinpep bij mensen die geen officiële aandoening hebben, zijn niet voorhanden. Wel bleek uit een enquête van het Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Nature dat maar liefst twintig procent van de lezers weleens een pil nam om het geheugen of de concentratie te verbeteren. Vaak was dat methylfenidaat – beter bekend onder de merknaam Ritalin – dat wordt voorgeschreven bij aandachtstekortstoornissen als ADHD. Anderen slikten modafinil (merknaam Provigil). Dat is een medicijn dat neurologen soms voorschrijven bij mensen met de slaapziekte narcolepsie of bij mensen die in ploegendiensten werken. Maar hier ging het wel om een heel specifieke groep gebruikers: wetenschappers en studenten. Die laatste groep lijkt ook gevoelig te zijn voor de beloftes van breindoping: uit onderzoek van de universiteit van Maastricht onder 516 van haar studenten bleek dat maar liefst een kwart weleens een pilletje slikt om beter te kunnen presteren. Stress en competitiedrang zouden het gebruik in de hand werken. Dat cijfer is flink hoger dan het landelijk gemiddelde. Geschat wordt dat gemiddeld tien procent van de studenten in Nederland weleens breinpep gebruikt – vaak gaat het dan om Ritalin.

WIE EEN NORMAAL
WERKGEHEUGEN HEEFT EN NIET
EXTREEM MOE IS, HEEFT AL
EEN OPTIMAAL BREIN

Makkelijk wakker

Maar wat doen die pilletjes eigenlijk als je geen concentratiestoornis of slaapziekte hebt? “Iedereen voelt wel iets”, zegt Berend Olivier, hoogleraar Farmacologie van het centrale zenuwstelsel aan de Universiteit Utrecht. Voor zowel methylfenidaat als modafinil geldt: het pept op, het maakt wat hyper en je kunt makkelijker wakker blijven. “Het is niet voor niets dat deze middelen door piloten in het Amerikaanse leger worden gebruikt”, vertelt Olivier. “Op langeafstandsvluchten, als ze bijvoorbeeld zestien uur wakker moeten blijven, helpen die middelen om niet in te dommelen.”

Dat komt doordat methylfenidaat en modafinil inwerken op dopamine, een stof die ervoor zorgt dat verschillende zenuwcellen in de hersenen met elkaar kunnen communiceren. Het maakt dus alerter en gefocust op wat je aan het doen bent. Tenminste, als je heel erg moe bent of een slecht functionerend werkgeheugen hebt. Want, zegt Olivier: het is niet zo dat die pillen slimmer maken. “Kijk,” zegt hij, “als je een normaal werkend werkgeheugen hebt en je bent niet extreem moe, dan werkt het brein al optimaal. Het is niet zo dat we ongebruikte delen in het brein hebben die zo’n pilletje kan aanzwengelen. Slimmer worden we er zeker niet van. Maar bij wie een nacht wil doorhalen om een examen te halen, ja, dan kan zo’n pil helpen wakker te blijven.”

Maar, zo blijkt uit studies: hogere cijfers halen studenten er niet mee. En ook op het werk of thuis zullen prestaties niet plotsklaps verbeteren, verwacht Olivier. De hersenen hebben namelijk tijd nodig om ingewikkelde informatie te begrijpen en te onthouden. Als je iets nieuws leert, moeten zenuwuiteinden in de hersenen nieuwe uitlopertjes vormen die, als het ware, een geheugenspoor vastleggen. De hippocampus in het brein speelt een sleutelrol in dat proces, maar ook andere delen van het brein worden geactiveerd. Bij dat ingewikkelde proces zijn honderden verschillende eiwitten betrokken.

Nachtje over slapen

Om de informatie langdurig te verankeren in het brein, is een belangrijk ingrediënt nodig dat in geen enkele pil te vinden is: tijd. Olivier: “De uitdrukking ‘er nog eens een nachtje over slapen’ is helemaal niet zo’n gek idee. Bij wie een paar uur aan een ingewikkeld probleem heeft gewerkt, moeten de hersenen allerlei circuits activeren en eiwitten aanmaken om de informatie te laten beklijven.” En dat is niet in een uurtje gepiept. “Ook ’s nachts, als we denken dat we niets doen, zijn onze hersenen nog druk bezig met het bouwen van dat geheugenspoor.” Ritalin – of een andere breinbooster – versterkt, verbetert of versnelt dat proces niet. “Het werkt meer aan de voorkant”, zegt Olivier. “Je kunt de aandacht, als je op dat moment bezig bent, er mogelijk beter bij houden. Maar betere prestaties? Nee.” Wim Riedel, bijzonder hoogleraar experimentele psychofarmacologie aan de Universiteit van Maastricht, is het daarmee eens: we kunnen onszelf niet slimmer slikken. “Stel: je neemt op dag één zo’n pil. Dat betekent niet dat je de volgende dag opeens een beter geheugen hebt. Het doet wel wat op het werkgeheugen, maar alleen zolang de concentratie van de stof in de hersenen hoog is. Intelligenter wordt iemand er dus niet van. Je haalt op het moment, als de stof actief is, misschien nét wat meer uit jezelf, maar die basiscapaciteit moet er wel zijn.”

UIT STUDIES BLIJKT: HOGERE
CIJFERS HALEN STUDENTEN
ER NIET MEE

Trillende handen

Goed. Die pillen zorgen er dus niet voor dat we opeens iedereen versteld laten staan met een extra snufje slimheid, maar ze geven dus wel meer focus en het maakt lekker hyper. Kan dat kwaad? Helaas wel, zeggen beide hoogleraren. De bijwerkingen van receptgeneesmiddelen die de concentratie verbeteren, zijn soms fors. “Eén keer zo’n pilletje nemen, is geen ramp”, zegt Riedel, maar bij dagelijks gebruik zijn er bijwerkingen, zoals trillende handen, een opgejaagd gevoel, weinig eetlust, een hogere bloeddruk en prikkelbaarheid of somberheid. Andere nadelen zijn er ook: een zombie-achtig effect bij langdurig gebruik, het risico om verslaafd te raken en een verstoord slaap-waakritme. Die effecten zag ook Olivier bij collega’s die bij wijze van experiment naar de breinpep grepen.

“Elke dag pillen nemen om beter te kunnen functioneren? Tenzij je een diagnose ADHD of narcolepsie hebt, zou ik het niemand aanraden”, zegt Berend Olivier. Daarbij maakt hij zich wel eerder zorgen om de hersenen van kinderen en jongeren dan om het volwassen brein: “Ritalin bestaat al bijna zeventig jaar, maar van een middel als modafinil weten we niet wat dat op lange termijn met de hersenen doet. Bij jongeren is het brein nog in ontwikkeling tot ongeveer het 25e jaar, zeker bij jongens. De risico’s zijn simpelweg nog niet bekend.”

ONZE HERSENEN HEBBEN VOORAL TIJD
NODIG OM INGEWIKKELDE INFORMATIE
TE BEGRIJPEN EN TE ONTHOUDEN

Natuurlijke breinpillen

En al die vrij verkrijgbare ‘volledig natuurlijke’ pillen dan, met veelbelovende namen als Braincaps, Studybuddy, Omnimind en Paneuromix? Ze zijn gewoon legaal op internet te bestellen, want officieel vallen ze onder de voedingssupplementen. ‘Binnen dertig minuten na inname bemerkt u een verhoogde concentratie, toegenomen alertheid en een sneller denkvermogen. Tevens zal slaperigheid u niet meer in de weg staan’, belooft de website van Braincaps bijvoorbeeld, net als Studybuddy ontwikkeld in Nederland. Vrijwel altijd bevatten ze (soms hoge doseringen) cafeïne en theïne. En bouwstenen van acethylcholine, een boodschapperstofje dat – kort door de bocht gezegd – prikkels overbrengt van de ene zenuw naar de andere. Verder staan er op de ingrediëntenlijst B-vitaminen en een paar verschillende aminozuren, een soort bouwstenen van eiwitten. Vaak stopt de fabrikant ook kruiden in de capsules. Populair is Rhodiola Rosea, een extract uit de vetplant rozewortel dat vermoeidheid zou verminderen en voor hogere testresultaten op examens zou zorgen. Of gingko biloba, dat de bloedtoevoer naar de hersenen zou stimuleren. Opvallend is dat de wetenschappelijke studies waarnaar de bedenkers van de natuurlijke breinpillen verwijzen slecht opgezet en ook nog eens stokoud zijn. Iemand die daar niet verrast over is, is Daan Touw, ziekenhuisapotheker en hoogleraar Bioanalyse, Therapeutic Drug Monitoring en Klinische Toxicologie aan het UMCG in Groningen. “Als dit werkelijk medische doorbraken geweest waren, zouden er honderden van dit soort studies zijn, in plaats van twee studies van twintig jaar geleden.”

In veel vrij verkrijgbare ‘concentratiepillen’ zit acethylcholine. Is dat dan de gouden graal? “Welnee”, zegt Touw. “Als je dat oraal, dus via de mond, inneemt, wordt dat stofje helemaal niet opgenomen. Het gaat direct kapot in de maag.” En die aminozuren dan, met klinkende namen als L-tyrosine en L-carnitine? Die zitten in normale voeding: in mager vlees, eieren of andere dierlijke producten. Touw: “Wie gezond eet, heeft die supplementen niet nodig.”

CAFFEÏNE IS WÉL EEN
BEWEZEN HERSENBOOSTER

Kopje koffie

Er is één lichtpuntje: de cafeïne in de producten. Dat is een bewezen hersenbooster. Sterker nog: het wetenschappelijk bewijs dat koffie alerter maakt en het geheugen een extra zetje geeft, is zo hard dat cafeïne tot 2004 zelfs op de dopinglijst voor topsporters stond. Dat de stof toen van de lijst werd gehaald, heeft een vrij onbenullige reden: cafeïne (in koffie) is een sociaal geaccepteerde stof en zo gemakkelijk verkrijgbaar dat het onhaalbaar zou worden om op cafeïne te controleren. Ook Niki Korteweg houdt het tegenwoordig bij cappuccino’s. Het halfvolle stripje Ritalin heeft ze niet meer aangeraakt. Wel maakt ze zich zorgen om de prestatiedruk die in de samenleving soms bizarre vormen lijkt aan te nemen. “Ik zat eens in een vliegtuig naast een Nederlandse arts. Hij vertelde over zijn dochter, een hardwerkende jonge advocate in New York die hij regelmatig Ritalin voorschreef. Ze moest het wel gebruiken, om het drukke leven van werk, sporten en uitgaan vol te kunnen houden. Dat vond hij de normaalste zaak van de wereld. Ongelofelijk. Tegenwoordig is zelfs op middelbare scholen de prestatiedruk al groot, zie ik bij mijn twee pubers. Al die jongeren zijn alléén maar bezig met hun cv. Op hun zestiende! Dat is toch niet normaal?”

Dit artikel werd gepubliceerd in Libelle nr. 25, 8 juni 2018 (©).