Is kattenliefde aangeboren? Bestaan er kattenmensen, en waarom zijn juist kattenfilmpjes zo mateloos populair? Wetenschappers over het geliefde huisdier.

In glazen vitrines in de werkkamer van Midas Dekkers liggen, naast opgezette otters, vogelskeletjes en zelfs een halve mensenfoetus op sterk water, verschillende poezenlijkjes. Mummies zijn het eigenlijk, maar ze zijn niet door mensenhanden geconserveerd. Deze poezen zaten ooit bekneld in een spouwmuur. Ze zijn op natuurlijke wijze, door uitdroging, bewaard gebleven. Bij ieder katje is het verdorde bekje wijd opengesperd, als gestolde doodsangst. Een oorverdovend stille, beschuldigende schreeuw naar de eeuwigheid. ‘Kijk, je ziet nu precies hoe alle spieren en pezen lopen’, wijst de 69-jarige bioloog en schrijver. Hij kijkt er glimlachend naar. Zachtjes: ‘Na de dood wordt een poes eigenlijk nog meer poes dan daarvoor.’
Maar we zijn hier niet om te praten over dode katten. De magie van de levende kat ontleden, dat is de missie. Of het nu gaat om stuiterende kittens of nuffige kakmadammen, de voorpoten deftig onder zich gevouwen: we houden van die dubbelgepuntmutste donderstenen. Massaal. Nederland telt zo’n 2,6 miljoen katten, volgens de laatste tellingen. Waarom? Wat trekt ons daarin zo aan?

‘Zullen we maar gewoon bij de anatomie beginnen?’ vraagt Dekkers. ‘Het vel van de poes zit heel los om het lijf. Het zit als een los omhulsel om de poes, als het ware slechts met hier en daar een steekje vastgezet zodat het er niet afvalt. Het makkelijkst is om het zo uit te leggen: een poes heeft een binnen- en een buitenband. Dat is een heel goed verdedigingsmechanisme: als een vijand een poes aanvalt en z’n klauwen in het vel van de poes zet, rekt dat eerst nog een hele tijd mee voordat die vijand de eigenlijke poes daarbinnen te pakken heeft.’
Het voordeel voor ons mensen is, meent Dekkers, is dat het aaien van poezen ‘oneindig veel prettiger’ is dan het aaien van een willekeurig ander dier. ‘Iemand die gewend is een poes te aaien, hoef je geen konijn meer in de handen te douwen. Dat geeft bij lange na niet die sensatie van die vering, zal ik maar zeggen. Ook bij honden zit de huid veel strakker aan het eigenlijke beest vast.’

abyssin

Voor Dekkers staat het vast: niet de mens, maar de poes is Gods meesterwerk, ‘met een maximum aan moeilijke verbindingen, subliem politoerwerk en een revolutionaire vering’,zoals hij ook in zijn boek Poot & Poes schrijft. Een poes staat symbool voor alles wat vrouwelijk is, zegt hij. Hij heeft bij zichzelf, onthult hij bij een kopje thee –terwijl een opgezette slingeraap ons aan de zijkant verbijsterd lijkt aan te staren –‘het ultieme gedachtenexperiment’ gedaan om het verschil tussen een hond en een poes duidelijk te maken. ‘Ik stelde me voor dat ik thuiskwam en de deur werd opengedaan door mijn poes, die mij vervolgens in mensentaal zou verwelkomen. Welke taal zou dat zijn? Ik heb daar heel lang over nagedacht. Voor mij staat het vast dat een poes Frans zou spreken: ‘Entrez, patron. Asseyez-vous sur le canapé. Voulez-vous un frou-frou?’ En als een poes kleertjes aan zou hebben, dan denk ik aan jarretelletjes en satijnen sokjes. Maar wat als de deur, godverhoede, door een hond zou worden opengedaan? Die spreekt natuurlijk Duits! Lederhosen, mevrouw! Ein Hut mit drei Ecken. En een trenchcoat: ‘Hierein! Wieder zu spät! Setzen sie sich!’’

Het zijn natuurlijk vooroordelen die we hebben over Fransen en Duitsers, en poezen en honden, zegt Dekkers, ‘maar het is opmerkelijk hoe goed die vooroordelen passen. Het is zelfs zo dat wij weten hoe groot de afstand tussen een poes en een hond is: 70 kilometer. Dat is precies de afstand tussen Amsterdam en Rotterdam. En Amsterdam is in dit geval natuurlijk de poezenstad, Rotterdam is een hondenstad: een stad van aanpakken en verder geen flauwekul. En het toverwoord hier is verleiding. Een poes is een verleidster. Als je op zoek bent naar een trouwe echtgenoot, dan moet je een hond nemen. Iemand die een poes neemt, heeft een maîtresse.’
Het liefhebben van een hond, leer ik van Dekkers, is kinderlijke liefde. Liefde voor beginners. Jij houdt van die hond en omdat jij van die hond houdt, houdt hij van jou. ‘Dat is een vrij eentonige, iets te lineaire relatie waar een man of een vrouw met enig verstand na verloop van tijd toch genoeg van krijgt.’

Hoe anders is de relatie met een poes. Het blijft altijd spannend. Nooit krijgt een mens van een kat het bevrijdende ‘ik hou ook van jou’ te horen, lezen we in het verhaal ‘Felis enigmatica’ in Poot & Poes. En, stelt Dekkers, juist daardoor gaat de gemiddelde poes langer mee dan de gemiddelde liefde. Met een vraagteken valt beter te leven dan met een punt. ‘Maar dan wel het heerlijkste vraagteken dat er is: eerst de staart als een goddelijke krul en dan, als punt eronder, dat pronte wonderkontje.’

arrière de chaton

Dat klopt, zegt Maarten Reesink, media- en cultuurwetenschapper en docent Animal Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Juist het mysterieuze, dubbelhartige van de kat spreekt ons aan: ‘Honden zijn groepsdieren. Daarom zijn zij erg op hun baasje, de alfa van de groep, gericht. Katten zijn in principe solitaire dieren. Ze hechten minder belang aan onderlinge communicatie en zullen die in sommige gevallen zelfs vermijden.’
Dat geeft ons mensen de mogelijkheid om onze gedachten en gevoelens te projecteren op katten, legt Reesink uit. ‘En dat hebben we in de geschiedenis dan ook voortdurend gedaan. Godsdienst, zo zou je kunnen zeggen, is de ultieme vorm van projectie. En katten hebben door de historie heen vaak een rol gespeeld in de godsdienst, veel meer dan andere dieren. Soms waren ze de afgezanten van God, dan weer afgezanten van de duivel. We hebben katten nooit helemaal begrepen. In het oude Egypte werd de kat aanbeden, maar in het middeleeuwse Europa werden ze van torens gegooid. Of samen met heksen verbrand op de brandstapel. Katten hebben natuurlijk ook dat bijzondere verschijnsel dat hun ogen oplichten in het donker. Dat noemen we tapetum lucidum: lichtend tapijt. Als je niet beter weet, zoals in die tijd het geval was, zou je gemakkelijk kunnen denken dat dat spiegelende oog iets van de duivel moest zijn.’
In het huidige tijdsgewricht zijn katten populairder dan ooit. Maarten Reesink: ‘Er zijn theoretici, zoals Caitlin Myers en Jacques Derrida, die beweren dat dat komt doordat katten volkomen schijt hebben aan de wereld. Honden hebben dat niet. Zij vinden het heel belangrijk wat wij van hen vinden. Hun dna is erop geprogrammeerd om aardig gevonden te worden door de alfa. We leven tegenwoordig in een maatschappij die gedomineerd wordt door surveillance en controle. Door alle regels, bewaking en protocollen worden we in een keurslijf gedwongen. Katten hebben overal lak aan. Dat is een eigenschap die we bewonderen. Zelf zouden we ook zo willen zijn.’

catinternet2

En dat is misschien ook wel de reden dat slapstickachtige kattenfilmpjes en -foto’s op internet massaal geliket worden. Ze komen tegemoet aan ons verlangen naar een klein beetje anarchisme in de controlemaatschappij. Reesink: ‘Katten doen gek en manoeuvreren zich vaak in lastige situaties, terwijl wij door allerlei hoepeltjes moeten springen en steeds meer vrijheden moeten opgeven.’
Bovendien: internet is misschien voor kattenliefhebbers wat een park is voor hondenbaasjes, zegt Jason Eppink, curator van de tentoonstelling How cats took over the internet (nog tot 21 februari) in het Museum of the Moving Image in New York. Hondeneigenaren praten met andere hondeneigenaren over hun hond in het park. Internet is het virtuele park voor de kattenfans: daar hebben zij hun eigen communities. En, zo zegt hij, ‘een kat gaat meer zijn eigen gang. Daarom bieden kattenfilmpjes een stiekem kijkje in het leven van een mysterieus wezen. En de pret zit erin dat zij niet weten dat jij naar ze kijkt.’

De vroegste internetmeme – in dit geval een foto die van persoon tot persoon wordt doorgegeven – was Catbread (alias KittyLoaf, Cat-Loaf en Neko-Pan) in 2002. Catbread was een bewegend plaatje van een kat in de vorm van een brood, gemaakt door de Japanner Hirose Takuro. Het plaatje werd vaak gebruikt op discussiefora. In 2006 bedacht de Hawaïaanse blogger Eric Nakagawa het concept I Can Has Cheezburger – inmiddels beter bekend als lolcats. Het zijn foto’s van katten in grappige situaties, met opschriften in een soort babytaaltje. Engels, maar dan op z’n kats. Het werd een enorm imperium. En er zijn talloze andere voorbeelden. De filmpjes van de Japanse kat Maru bijvoorbeeld zijn op YouTube een enorme hit. Het dier heeft inmiddels een eigen pagina op Wikipedia. Net als Shironeko, alias White Cat, de (ja hoor, alweer) Japanse witte kat die altijd tevreden oogt. Stoïcijns ondergaat hij, in een staat van opperste aanvaarding, alle experimenten die zijn eigenaar op hem uitvoert. Hij slaapt met een mandarijn, een bloemkool, koffiekopjes of een vergiet op zijn hoofd en hangt uiterst content in rieten mandjes in bomen, met bloemetjes tussen zijn oren.

Animals_catbread
Volgens Jack Shepherd van de populaire website Buzzfeed komt het omdat wij mensen het idee hebben dat katten het goede leven leiden. Terwijl honden worden geassocieerd met werken en actief bezig zijn, hebben katten het goed voor elkaar. En daarom kijken veel mensen op vrijdagmiddag om twee uur op kantoor, verveeld en reikhalzend uitkijkend naar de borrel, veel liever naar katten op internet dan naar honden. De kat als het ultieme escapisme: dat zagen we ook op die zondagavond op 22 november, toen Brussel grotendeels op slot zat vanwege terreurdreiging. Toen de politie opriep niet de posities van de controles te verspreiden, gaven twitteraars en masse gehoor aan deze oproep. Onder de hashtag #BrusselsLockdown verschenen er opeens foto’s van katten op Twitter, zodat het voor de verdachten moeilijk zou worden het nieuws over de politieactie te volgen. Uiteindelijk werden er meer dan 220duizend foto’s verstuurd. Op het hoogtepunt kwamen er per minuut meer dan 1.300 kattenplaatjes voorbij.

Toegegeven, dat kan toeval zijn. Want honden zijn bijvoorbeeld minstens zo geliefd op YouTube en ook op Instagram hijgen de honden de katten in de nek, wat populariteit betreft dan. Bestaan er echt hondenmensen en kattenmensen? Volgens Nienke Endenburg, universitair docent en psycholoog aan de faculteit Diergeneeskunde, is dat meer een kwestie van toeval. ‘De voorkeur voor een hond of een kat ontwikkel je in je jeugd. Heel simpel: als je veel met katten te maken had, of vroeger altijd een kat had thuis, dan zul je eerder van katten houden. Als je met een hond in aanraking kwam, zul je eerder een hondenmens zijn.’ En soms, zo zegt Endenburg, nemen mensen die eigenlijk meer van honden houden soms een kat. Want een kat hebben, is veel praktischer dan een hond. Je hoeft ze niet uit te laten of overal mee naartoe te nemen. ‘Maar kattenmensen zijn heel andere types dan ‘mensen die een kat hebben’’, zegt Endenburg. ‘Die eerste groep heeft een veel hechtere band met hun kat dan de tweede categorie. Omdat de tweede groep katteneigenaren minder tijd en energie investeert in het opbouwen van een band, kunnen er gedragsproblemen ontstaan.’ Dat gebeurt dan ook: ‘Bijna een kwart van de katteneigenaren ervaart een of meer gedragsproblemen bij de kat, zoals agressie, angst, sproeien of naast de bak poepen. ‘Er zijn mensen die denken dat katten niet zo veel nodig hebben van mensen’, vertelt Endenburg, ‘en dat is een misverstand.’ Op strenge toon: ‘Een kat is geen meubelstuk. Een kat heeft wel degelijk aandacht en zorg nodig. Dat moeten mensen zich goed realiseren.’

Gelukkig houden mensen, de meeste althans, van nature van poezen. Sterker nog: de liefde voor dieren is voor een deel aangeboren, zegt Maarten Reesink. De Amerikaanse bioloog Edward O. Wilson schreef het in zijn boek Biophilia uit 1984. Goed, het is een wat omstreden hypothese en geen keiharde wetenschap, maar een leuke theorie is het wel: wij mensen zijn, met ons eigen dierenbrein, via onze genen diep verbonden met alles wat er leeft in de natuur. En we houden vooral van dieren die op onze eigen kinderen lijken, met een in verhouding groot hoofd, grote ogen en ronde vormen. ‘We vallen vooral op Disneyachtige figuurtjes, dieren die op volwassen leeftijd de uiterlijke kenmerken houden van jongere dieren. Dat verschijnsel noemen we neotenie’, zegt Reesink. ‘En die kenmerken zie je bij honden terug, maar zeker ook bij katten. Zelfs het formaat is precies goed.’
Dat betekent niet dat katten een soort vervanging vormen voor mensen, aldus Reesink. ‘In de wetenschap vinden we geen correlatie tussen eenpersoonshuishoudens en katten. Nee, het geldt óók niet voor single vrouwen. Integendeel: mensen met veel vrienden en een rijk sociaal leven hebben juist meer katten en andere huisdieren.’

Hoe dan ook: het zal een troost zijn voor menige kattenliefhebber dat hij zijn poes weliswaar niet begrijpt, maar dat we via onze genen misschien toch met hen verbonden zijn. Al is de mens maar een gemankeerd wezen, vergeleken met de poes. Zij heeft dat zachte vachtje, dat rekbare velletje, die sublieme vering, die lichtende tapijtjes en die jaloersmakende tegendraadsheid.

Cat_purr-640x360

Ooit zag Midas Dekkers de oortjes van een van zijn katten boven de bank uitsteken. Als door de bliksem getroffen besefte hij toen dat die onweerstaanbare driehoekjes, ‘zo pikant als te kleine bikinibroekjes’, het allerverrukkelijkste onderdeel zijn van een poes. En dan is er natuurlijk nog het feit dat katten spinnen. Het is een van de weinige geluiden die het menselijk oor binnenkomt en onmiddellijk een gevoel van behaaglijkheid en geborgenheid geeft. Jonge poesjes die liggen te snorren, geven aan moeders het signaal: alles oké. Bij ons heeft dat hetzelfde effect. Om met Dekkers te spreken: met een poes ben je in de hemel. ‘En als een poes op schoot ligt én spint, hoor je het niet alleen maar voel je het ook, door de lage frequentie van het geluid. Je trilt met de poes mee. Zo versmelt je samen tot één superwezen.’

 

Dit artikel is gepubliceerd in Volkskrant Magazine, 19 december 2015 (©).