Die gemoedelijke vijftiger met COPD blijkt een kruimeldief te zijn. En die charmante jongeman met een schotwond vindt het heel normaal om iemand te beroven. Hoe communiceer je met patiënten in dit soort situaties? Wat doe je bij agressief of dreigend gedrag? En: wanneer mag je het medisch beroepsgeheim doorbreken? Drie zorgverleners over hun ervaringen, mét reactie van een juridisch adviseur Gezondheidsrecht.

Het is een gewone dinsdagmorgen. Huisarts Tim Peeters (38) roept zijn volgende patiënt binnen. Na de bespreking van diens gezondheidsklachten, begint de man tegenover hem – spottend, zelfbewust – over een rechtszaak waarin hij is verwikkeld. Hij wordt verdacht van mishandeling van zijn ex-vriendin. Vrolijk zegt hij: “Ik heb het gedaan, maar ik voer een ontkennende verdediging. Die vrouw zit in een inrichting. Niemand gelooft haar.” Hij lacht. Hardop. Provocerend. “Hier gaan wij niet over praten”, zegt Peeters. Hij voelt dat zijn patiënt er plezier in schept om over zijn misdrijf te praten en dat die weet dat de arts niets met de informatie mag doen. Daarom zegt Peeters dat hij het niet wil horen.

Anders is het als hij twee dagen erna in een gevangenis in Noord-Holland een jonge man spreekt die zenuwachtig en bang is. Hij is verdachte in een grote zedenzaak en heeft tientallen vrouwen aangerand. De dader heeft zelf nachtmerries. De stress maakt hem ziek. Nu vraagt Peeters wél door: hoe gaan de verhoren? Gaat het er hard aan toe? Voelt hij zich geïntimideerd? Het is nodig, want in tegenstelling tot de patiënt in zijn spreekkamer speelt het delict hier wel een rol: het beïnvloedt de gezondheid van de patiënt. Voor Peeters is de grootste uitdaging dat de kennis over de zaak zijn oordeelsvermogen niet beïnvloedt. Niet denken aan de slachtoffers, maar aan het probleem van de jonge vent die hier tegenover hem zit. Hij is er voor de angst en de slaapproblemen van deze jongen. Dat is het enige wat nu telt.

‘Hoe gek het ook klinkt: de meeste delinquenten zijn schatjes’

Omdat Peeters 6 jaar lang als parttime gevangenishuisarts heeft gewerkt, staat hij, zegt hij zelf, onder zijn patiënten in Heemskerk ‘bekend als een huisarts die niet direct een oordeel heeft’ als ze de wet hebben overtreden. “Hoe gek het ook klinkt: de meeste delinquenten zijn schatjes.” Peeters vindt het belangrijk dat artsen beseffen dat er achter elke delinquent een verhaal zit. Het zijn niet zelden kruimeldieven, vertelt hij: vijftigers met chronische ziekten en weinig opleiding, die vroeger een problematische jeugd hadden met huiselijk geweld, alcoholisme en uithuisplaatsingen. In de bak krijgen ze niet zelden antipsychotica, om ze rustig te houden. Prima, vinden de meeste gedetineerden, zegt Peeters, want je wordt er lekker mellow van. Maar de medicijnen kunnen diabetes veroorzaken. “Daar zit je dan: je bent uit de gevangenis, maar je bent chronisch ziek, geen werkgever wil je aannemen.  Tja, dan is het erg verleidelijk om even een klusje te doen. Het helpt als er dan een huisarts is die dat een beetje snapt.”

Rustig blijven
Twee zaken zijn belangrijk, zegt Peeters: duidelijk grenzen stellen en tegelijkertijd respectvol blijven. “Als iemand roept dat hij me wil aanklagen, schrijf ik rustig mijn naam op, met mijn BIG-nummer. Je moet laten zien dat je niet bang bent.”
Dat is ook de ervaring van Bert van Toor (66), dierenarts bij dierenartspraktijk Thorbeckelaan in Den Haag. Hij is duidelijk tegen al zijn patiënten: er wordt in de praktijk niet contant afgerekend. En vaccinaties van dieren vlak voor een buitenlandse reis worden niet geantedateerd – dit valt onder valsheid in geschrifte. Ook voert zijn praktijk geen keizersneden uit op verzoek van hondenfokkers als er geen medische noodzaak is. Die vraag krijgen dierenartspraktijken geregeld, weet Van Toor. De ingreep vergroot bij sommige rassen de overlevingskans van de puppy’s en het levert de dierenarts zo’n 800 euro per keizersnede op. Het lijntje met de criminaliteit is dun, vindt hij: “Je maakt jezelf op die manier chantabel.”

Je moet betrouwbaarheid en degelijkheid uitstralen: zo bouw je krediet op, ook bij mensen die snel agressief worden

Die professionele houding werkt, zegt hij: “Je moet betrouwbaarheid en degelijkheid uitstralen: zo bouw je krediet op, ook bij mensen die snel agressief worden. Na een ingewikkelde behandeling van een dier geef ik de eigenaren vaak mijn telefoonnummer. Als er ’s avonds iets gebeurt en ze moeten naar de dienstdoende praktijk die het dier en het dossier niet kent, dan krijgen ze misschien geen goede zorg. Dat kan voor het dier verkeerd aflopen. Het is een kwestie van geven en nemen.”

Tegelijkertijd, zegt Van Toor, moet je niet geïmponeerd raken door dreigend gedrag. “Ik neem geen blad voor de mond. Als iemand tegen mij zegt: ik kom je huis verbouwen, want ik weet waar je woont, dan zeg ik: ik weet ook waar jij woont, dus ik weet jou ook te vinden.” Het heftigste wat Van Toor ooit meemaakte, is dat een man gewapend zijn praktijk binnenkwam. Hij kwam verhaal halen nadat Van Toor het konijn van zijn vriendin had onderzocht, maar geen medische oorzaak kon vinden van de symptomen van het beest. In de wachtkamer was het wapen van de man al op de grond gevallen. De assistente die dat opmerkte, snelde naar de spreekkamer en seinde Van Toor in. Op het moment dat de man de spreekkamer in liep, werd hij al opgewacht door twee agenten. Een knap staaltje samenwerking, zegt Van Toor: “De man werd geruisloos afgevoerd.”

Door het lint
Ergotherapeut Miriam van Reenen (38) heeft zich wél ooit serieus bedreigd gevoeld. Zij werkt op een afdeling neuropsychiatrie van een grote ggz-instelling en behandelt mensen met een dubbeldiagnose van niet-aangeboren hersenletsel plus een psychiatrische aandoening. Ze komt regelmatig bij mensen thuis, om ze te helpen met het dagelijks functioneren. Daar ging iemand eens helemaal door het lint nadat hij een instelling aan de telefoon had gehad. Van Reenen: “Ik ben heel rustig gebleven en heb gezegd: ik ga nu weg. Van die situatie heb ik wel geleerd dat ik bij twijfel of het veilig is een collega meeneem of de patiënt naar de instelling laat komen.”

Ook mensen die geen berouw voelen, kunnen we leefregels aanleren zodat ze toch redelijk kunnen functioneren in de maatschappij

In de meeste gevallen verloopt het contact goed of zelfs plezierig, vertelt de ergotherapeut. “Een band opbouwen met de patiënt is erg belangrijk.” Dat doet Van Reenen vanuit de visie van Accepting Commitment Therapy, waarin de patiënt als gelijkwaardig wordt gezien en ook zo wordt benaderd. “Ik heb een patiënt die door zijn hoofd is geschoten nadat hij iemand anders had vermoord. Hij kan zich niet voorstellen dat iemand die iets nieuws wil kopen, wacht tot het salaris binnenkomt. Als híj nieuwe schoenen wil, gaat hij iemand overvallen. En toch: het is een charmante jongeman, die verliefd is op een meisje en zich afvraagt of hij zelf ooit vader zou kunnen worden. Ook mensen die geen berouw voelen, kunnen we leefregels aanleren zodat ze toch redelijk kunnen functioneren in de maatschappij. Iedereen heeft recht op goede zorg.”

KADER:

Het beroepsgeheim: zwaarwegend, maar niet absoluut
Het beroepsgeheim bestaat uit zwijgplicht en verschoningsrecht. De zwijgplicht geldt tegenover iedereen, het verschoningsrecht
– weigeren antwoord te geven – tegenover rechter, rechter-commissaris, officier van justitie en politie. Het beroepsgeheim kan worden doorbroken als sprake is van een van de volgende situaties: de patiënt geeft toestemming, er is sprake van een wettelijke plicht tot spreken of er is een conflict van plichten. Dat laatste betekent dat de arts of zorgprofessional in gewetensnood komt. Dounia Benamari, juridisch adviseur Gezondheidsrecht bij VvAA, wijst erop dat gewetensnood alléén niet voldoende is. “Zo kan iemand die een moord opbiecht een zorgprofessional weliswaar in gewetensnood brengen, maar omdat het delict al heeft plaatsgevonden mag de arts niets zeggen.” In de wet is geen beroepsgeheim voor de dierenarts opgenomen. In de Code voor de dierenarts van de beroepsvereniging voor dierenartsen KNMvD is wel een artikel opgenomen over de geheimhouding van patiënt- en cliëntgebonden gegevens. Andere hulpverleners dan degenen die zich krachtens de Wet BIG aan het medisch beroepsgeheim moeten houden, kunnen ook een geheimhoudingsplicht hebben. Die staat dan in hun beroepscode.
Wie besluit het medisch geheim gemotiveerd te doorbreken, doet er goed aan de informatie te noteren in het medisch dossier, zegt Benamari. “Mocht er een tuchtzaak van komen, dan is het belangrijk dat kan worden onderbouwd waarom het beroepsgeheim is geschonden en kan worden aangetoond dat de afweging op zorgvuldige wijze is gemaakt.”
Meer weten? Juridische Helpdesk VvAA: 030 247 49 99.
KNMG-handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie

Dit artikel verscheen in mei 2018 ook in het tijdschrift Arts & Auto (©).