Patiënten die leugens verspreiden, beledigend zijn en zelfs stalken. Hoe verweer je je daartegen? ‘Ik realiseer me dat je in dit internettijdperk kwetsbaar bent als arts.’

Het is 2013. Huisarts Erik Pleij (56) krijgt een nieuwe patiënt in zijn praktijk in Alphen aan den Rijn. Een zestiger. Eentje met een gebruiksaanwijzing, zo blijkt al snel. De patiënt vraagt vanaf het begin veel meer tijd en aandacht dan de huisarts hem kan bieden. Pleij bedenkt dat dit weleens een moeizame arts-patiëntrelatie kan gaan worden. Op dat moment weet hij nog niet dat het woord ‘moeizaam’ een understatement zal blijken te zijn.

Al snel komen er e-mails van de patiënt. Woedende e-mails. Pleij verzoekt de patiënt zijn gedrag te staken, maar dat helpt niet. Integendeel: de frequentie van de berichten neemt toe en de toon wordt steeds grimmiger. Er staan nu zelfs doodsverwensingen in. En dan opeens krijgt Pleij het nieuws dat zijn patiënt zich heeft uitgeschreven uit de praktijk. Prima, vindt Pleij. Daar is hij van af.

De opluchting duurt niet lang. De patiënt zit inmiddels bij een andere huisarts, maar is geenszins afgekoeld. Hij heeft een website gemaakt, waarop hij blogs plaatst over Erik Pleij. Ook andere huisartsen komen op zijn website voorbij, maar Pleij is ‘de hoofdduivel’, de schuldige achter al het kwaad. De teksten staan bol van bijbelse en apocalyptische verwijzingen, met hel en verdoemenis als leidmotief. De blogger meldt dat hij ‘gedwongen wordt drastische besluiten te nemen’ en plaatst naast die melding een foto van een trein. Als de doodsverwensingen steeds heftiger worden, is voor de huisarts de maat vol. Hij doet aangifte. De oud-patiënt wordt wegens smaad en belediging veroordeeld tot een boete van 750 euro en een voorwaardelijke werkstraf. Na hoger beroep wordt de boete 1500 euro en vervalt de werkstraf. Het is dan zomer 2016.

Dossier opbouwen
Achteraf, zegt Pleij nu, heeft hij geen nacht slecht geslapen van de situatie. ‘Maar ik realiseer me wel dat je in dit internettijdperk kwetsbaar bent als arts. Je hoefde mijn naam maar in te tikken in Google en de website van die oud-patiënt verscheen op nummer 3 of 4. Mensen denken toch snel: waar rook is, is vuur. Zo’n website is iets anders dan een roddel bij de kapper.’ Bovendien voelde Pleij zich ook verantwoordelijk. ‘Stel dat hij zichzelf of iemand anders iets aan zou doen? Voor mijn vrouw en kinderen was het eveneens vervelend. Hij heeft ook mijn vrouw gebeld.’

Voordat Pleij aangifte deed, had hij alle weblogs en e-mails van de oud-patiënt verzameld. ‘De agent die ik trof, was niet zo thuis in smaad, laster en belediging, maar was bereid om de aangifte direct op te pakken.’

‘Verzamel al het bewijs: e-mails, screenshots van tweets, enzovoort’

Dat dat niet altijd gebeurt, leert navraag bij Marijke Malsch, senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Malsch heeft veel onderzoek gedaan naar stalking en hoe politie en de rechtspraak hiermee omgaan. ‘Soms moet je de politie ervan overtuigen om de aangifte op te nemen. Er wordt dan gezegd: komt u later maar eens terug, of: slaap er eerst eens een nachtje over.’ Het is daarom zaak om goed beslagen ten ijs te komen, adviseert ze. ‘Verzamel al het bewijs: e-mails, screenshots van tweets, enzovoort.’

Ook Esmée van der Linde, juridisch adviseur bij VvAA, wijst daarop. ‘Het is belangrijk om een dossier op te bouwen over het gedrag van de patiënt. Je kunt ook nog een keer proberen de angel eruit te halen door een gesprek met de patiënt aan te gaan. Laat de assistente niet bellen voor een afspraak: nodig de patiënt zelf schriftelijk uit op het spreekuur te komen. VvAA kan helpen bij het opstellen van de brief.’

Het succes van zo’n gesprek is overigens nogal wisselend, weet Malsch. ‘Het is zaak dat de arts zich stevig opstelt en heel helder is in wat wel en wat niet geoorloofd is. Het kán werken, maar soms wordt zo’n gesprek juist gezien als aanmoediging om door te gaan, want stalkers zijn over het algemeen erg goed in het rechtpraten van hun acties.’

Als het gedrag niet ophoudt en er is sprake van inbreuk op de privacy, dan moet de arts alle contact met de patiënt verbreken, adviseren de experts. Lastig, want de arts heeft een zorgplicht en kan niet zomaar overgaan tot het beëindigen van de behandelrelatie. Daarom is het verstandig dat de arts vóór het verbreken van de zorgverlenersrelatie de patiënt een brief stuurt waarin hij stelt dat deze zich niet aan het eerdergenoemde verzoek om het gedrag te stoppen houdt. ‘Schrijf in een duidelijke en zakelijke toonzetting dat het gedrag nu echt moet stoppen, want anders komt het verlenen van goede zorg in het geding en zult u de behandelrelatie moeten beëindigen’, adviseert Van der Linde. ‘Hou hierbij goed de verplichte zorgvuldigheidseisen uit de KNMG-richtlijn in de gaten. Ik raad aan juridisch advies in te winnen over het beëindigen van de behandelrelatie.’

Aangifte doen kan eventueel een volgende stap zijn. ‘Maar pas op’, waarschuwt Van der Linde, ‘vanwege het beroepsgeheim mag niets worden gezegd over de ziektebeelden waaraan een patiënt lijdt. Hou het dus feitelijk.’

Onder de huid
Het zijn soms slepende kwesties, weten Van der Linde en Malsch, waarbij de gebeurtenissen flink onder de huid van de arts kunnen gaan zitten. Het komt ook voor dat het vanaf het eerste begin misgaat en een eerste gesprek direct uit de hand loopt, zoals in een groepspraktijk in het oosten van het land. Daar kregen de huisartsen te maken met een patiënt met wie het kennismakingsgesprek meteen een exitgesprek werd. Het was al bekend dat de patiënt agressief was, een huisartsenpost had belaagd en amok had gemaakt bij zijn vorige huisarts en een medisch specialist. In eerste instantie wilde de praktijk de patiënt wel aannemen – hij moest érgens terechtkunnen. ‘Maar’, zegt een van de huisartsen, die liever anoniem wil blijven, ‘toen de man zich al vóór het kennismakingsgesprek verschillende malen dreigend bij de praktijk had opgesteld en we merkten wat dit deed met onze doktersassistentes, gingen we twijfelen. Mijn collega heeft de KNMG nog gebeld: moeten we deze man inschrijven in de praktijk of mogen we weigeren? Tijdens het kennismakingsgesprek in de spreekkamer ging de man direct los en bespuugde de aanwezige wijkagent. Voor ons was het duidelijk: deze man had hulp nodig, maar niet van ons.’

Een arts heeft zorgplicht en kan niet zomaar de behandelrelatie beëindigen

Na het gesprek begon de man een van de huisartsen te belagen op Twitter: hij maakte steeds een nieuw account aan om de betrokken huisartsen zwart te maken. De belager kreeg dankzij de wijkagent een gebiedsverbod. Dat hielp. Het team in de praktijk volgde daarna een anti-agressietraining. ‘Een fantastische, leerzame ervaring. En: de hele situatie heeft ervoor gezorgd dat we een goed contact hebben met de wijkagent. Die komt nu geregeld koffiedrinken.’

 Aangiftecijfers over smaad, laster en stalking jegens artsen ontbreken. Een bekende rechtszaak was die van de Groningse neuroloog Jan Kuks tegen ‘de zwarte lijst’ van de organisatie SIN-NL in 2009. De rechter vond toen dat artsen een zekere mate van negatieve publiciteit moesten accepteren. Toch werd daarna in een nieuwe rechtszaak een specifiek op Jan Kuks gerichte website wel als onrechtmatig beoordeeld.

Specifiek beleid vanuit artsenorganisaties om artsen te beschermen tegen vuilspuiterij op internet is er nog niet. Huisarts Erik Pleij roept collega’s daarom op om smaad en laster niet te accepteren. Doe aangifte, zegt hij, ook al voelt dat ongemakkelijk en emotioneel belastend. ‘Ik vind dat onze beroepsgroep zich tegen dit soort gedrag teweer moet stellen. Het is een gezamenlijke inspanning. Als wij als artsen geen tegengeluid laten horen, gaan dit soort dingen gemakkelijk van kwaad tot erger.’

KADER:

Wat is wat?

Een belediging is een algemene negatieve uitlating over een persoon. Smaad is een specifieke uitlating die iemands goede naam aantast. Is de uitlating niet waar, dan heet het laster. Smaad, belediging en laster zijn allemaal strafbare feiten, ook als het om beweringen op internet gaat. De grens tussen belediging, smaad en laster is in de praktijk vaak lastig te trekken. Meer informatie over de verschillen tussen de drie termen is te vinden op de website iusmentis.com.

Stalking is een zwaar misdrijf. Het gaat om wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van een ander met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, iets niet te doen, iets te dulden of vrees aan te jagen. Op de website van het ministerie van VWS staat meer informatie en een stappenplan tegen stalking, zie huiselijkgeweld.nl.

Dit artikel verscheen in augustus 2017 in het tijdschrift Arts & Auto (©).